achtergronden van de Israelische liquidatiepolitiek


Saleh Abdel-Jawad


De politiek van liquidaties gedurende de huidige Intifada is een belangrijk probleem geworden gezien het grote aantal slachtoffers waar dit beleid toe heeft geleid. Tenminste 50 Palestijnen uit alle politieke geledingen zijn gedood (op een totaal van 600 doden), zowel politieke leiders als militaire activisten, als civiele toeschouwers. Hoewel we moeten toegeven dat dit beleid de operationele capaciteit van de organisaties waarop het zich richt wel enigszins heeft verzwakt, is het duidelijk dat het effect ervan is dat het de bereidheid en de kracht om de Intifada voort te zetten juist doet opvlammen. Dit is het gevolg van het feit dat het provoceren van de Palestijnen in het Sharon-tijdperk precies een van de doelen is van de liquidaties en wel om op die manier reacties uit te lokken die uitvoering van de politieke agenda onmogelijk maken. 

De liquidatiepolitiek is lange tijd geworteld in de politieke cultuur van de staat Israel en van de zionistische beweging van vůůr 1948. In dit artikel willen we echter de historische achtergrond van de liquidatiepolitiek bespreken, de doelen ervan sinds de bezetting in 1967, schetsen alsmede de uitvoering ervan tijdens de huidige Intifada nader belichten.



korte geschiedenis van de jaren die voorafgingen aan de Eerste Intifada (1967-1987)

Buiten de Bezette Gebieden waren de voornaamste doelen van de Israelische liquidaties het PLO-kader in de diaspora, speciaal de hooggeplaatste politieke leiders ervan uit de verschillende facties (hoewel in de meeste gevallen van FATAH), alsmede geselecteerde militaire kaders die betrokken waren bij de organisatie van militaire aanvallen tegen Israel op de Westelijke Jordaanoever, in de Strook van Gaza, of in het buitenland. In die periode werd, op initiatief van premier Golda Meir, een nieuw 'anti-terreur'-comitť opgericht met de naam 'Gods wraak'. De leiding werd in handen gegeven van generaal Aharon Yariv. Gedurende de zogeheten 'oorlog van de spoken' claimde Israel zelden de verantwoordelijkheid voor liquidaties.

Binnen de Bezette Gebieden werd liquidatie van politieke leiders niet gepraktiseerd, aangezien Israel er de voorkeur aan gaf hen te deporteren. Gedurende de campagne van Ariel Sharon, die ten doel had het volksverzet tussen 1970-1973 te onderdrukken, werden echter buitengerechtelijke executies in de Strook van Gaza intensief toegepast. De Rimon Eenheid, die door Sharon was gecreŽerd toen hij de militaire commandant van het Zuiden was, liquideerde tientallen gezochte Palestijnse activisten volgens een lijst die maandelijks werd vernieuwd. Zo legde Sharon het fundament waarop Ehoed Barak later voortbouwde door de oprichting van de Mista'ravim-eenheden [Israelische speciale eenheden die als Palestijnen zijn gekleed, om zo dichtbij hun doelwit te kunnen komen].


de Eerste Intifada

Tijdens de Eerste Intifada werden de buitengerechtelijke executies geÔntensifieerd. In deze periode veranderde Israel zijn oorspronkelijke beleid, zoals dat in de jaren zeventig was geformuleerd. De liquidaties bleven niet langer beperkt tot een selecte groep van hooggeplaatste leiders, maar breidden zich uit tot de middenkaders en eenvoudige activisten, inclusief een aantal van niet minder dan 25 jonge Palestijnen, die werden betrapt op het spuiten van politieke graffiti op muren.(1) In ťťn geval werd daarbij een 14-jarige jongen, Walid al-Souki, die van dichtbij werd doodgeschoten, hoewel hij om zijn leven smeekte. Tenminste 100 Palestijnse activisten werden tijdens de Eerste Intifada [1987-1993] vermoord, veelal door de hand van de Mista'ravim-eenheden (Duvduvan, Shimshon).

Israelische en internationale mensenrechtenorganisaties kwalificeerden deze praktijk terecht als 'buitengerechtelijke executies'. Dit illustreert de 'verlaging van het plafond' voor wat betreft criteria voor liquidaties. Ontegenzeggelijk was het 'misbruik' van Israels 'rechtvaardigende logica' zo kolossaal, dat het een duidelijke basis werd voor wat er vandaag de dag gebeurt.

Tijdens de Eerste Intifada hebben we ook gezien hoe amateuristische paramilitaire FATAH-groepen tot doelwit werden gemaakt (de Zwarte Panters, de Gemaskerde Leeuwen, de FATAH-Haviken), de Kataeb al-Qassim soldaten (HAMAS), de Nisr al-Ahmar (PFLP), als ook simpel gemaskerde lieden.


Oslo: 1993-2000

Gedurende deze periode bleef liquidatie beperkt tot een gering aantal gevallen en was met name gericht tegen de islamistische oppositie. Bekende gevallen waren die van Yahya Ayyash, Muhyiddin al-Sharif, en de gebroeders Awadallah, die allen met de militaire vleugel van HAMAS verbonden waren. Daarnaast werkte Israel in de periode tussen het tekenen van het eerste Oslo-Akkoord op 13 september 1993 en de aankomst van de eerste functionarissen van het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) in de Bezette Gebieden (in Jericho en Gaza, midden 1994) hard aan het liquideren van wat restte aan paramilitaire groepen van de Eerste Intifada.


de huidige (Tweede) Intifada

De liquidaties tijdens de huidige Intifada kenmerken zich door verschillende aspecten: 1) Zij zijn gericht tegen zowel de activisten van FATAH als tegen de islamistische groeperingen; 2) De intensiteit van het gevolgde beleid is ongelooflijk hoog (zoals gezegd, tenminste 50 geregistreerde gevallen tot eind juli 2001); 3) De inzet van Apache-gevechtshelicopters, Hellfire- en TOW-raketten en tanks en voorts de beschieting van huizen. Dit alles illustreert de nieuwe liquidatiemethoden - methoden die we in de Bezette Gebieden niet eerder hebben gezien. 


moorden door extremistisch zionistische terroristen

Politieke liquidaties zijn niet alleen het werk van Israelische officiŽle staatsinstellingen. Ze worden ook door joodse terroristische organisaties uitgevoerd. Deze treden onafhankelijk op en bestaan uit extremistische zionisten als 'The Jewish Defense League', die vroeger werd geleid door [inmiddels wijlen] rabbijn Meir Kahane. Aanvankelijk koos Kahane ervoor om terreur in de Verenigde Staten te bedrijven, voordat hij zich ging richten op de Palestijnen in de Bezette Gebieden. De liquidatie van professor Suleiman al-Farouqi en diens vrouw, evenals de moord in de Verenigde Staten op Alexander Odeh, die leiding gaf aan Palestijnse activisten, vormen de meer bekende voorbeelden van dit fenomeen van zionistisch terrorisme.

Voor Israel hebben deze activiteiten het voordeel dat ze door onafhankelijke organisaties worden bedreven, zodat men zich geen zorgen hoeft te maken over politieke of morele repercussies. Dat neemt niet weg dat de staat er wel degelijk een aandeel in kan hebben gehad, op zijn minst door de nodige morele rechtvaardiging te verschaffen. Zo hadden bijvoorbeeld de moordaanslagen [in juni 1980] op Palestijnse nationalistische burgemeesters (Bassam Shaqaa, Karim Khalaf en Ibrahim Tawil) - die werden uitgevoerd door extremistische kolonisten, die verbonden waren met de ondergrondse joodse organisatie Hamakhteret Hayehudit - niet kunnen plaatsvinden zonder de georganiseerde campagne van verdachtmakingen van de kant van de Israelische autoriteiten, die eraan voorafging, en de logistieke steun door iemand vanuit het leger. Neem alleen al het type explosieven dat werd gebruikt, alsmede de precisie van de vereiste logistieke informatie. Die lag eenvoudigweg buiten het bereik van de kolonisten.


buiten Palestina

Een groot aantal van Israels politieke liquidaties van Palestijnen vonden plaats door de soevereiniteit van andere landen, inclusief die van bondgenoten, te schenden. In dit verband kunnen we volstaan met te vermelden dat sinds 1972 ongeveer 10 liquidaties op Franse bodem zijn uitgevoerd. Veel van de slachtoffers hadden geen enkele relatie met militaire activiteiten, zoals in het geval van Wael Zua'tar of Majed Abu-Jarar in ItaliŽ [in oktober 1972]. De poging tot liquidatie in 1998 van Khalid Mish'al, een bekend politiek leider van HAMAS in JordaniŽ, toont Israels cynisme duidelijk aan: Het niet respecteren van de soevereiniteit van een Arabisch land dat reeds een vredesverdrag met Israel heeft gesloten en dat alles doet wat in zijn macht ligt om inbreuken op Israels veiligheid te voorkomen.

Ofschoon het niet direct met het onderwerp te maken heeft, is het interessant kennis te nemen van de westerse Ė in het bijzonder de Franse Ė heimelijke opstelling in deze zaken.

Dit omvat rechtse, racistische elementen binnen de Franse politie. Die zouden nooit op dezelfde wijze hebben gehandeld als het hier niet om Israel zou zijn gegaan Ė zelfs niet in het geval van 'echte terroristen', en niet over de leiders van een volk dat strijdt om zich te bevrijden van koloniale overheersing.

Politieke liquidaties beperken zich niet tot Palestijnen of vijanden van Israel. Israel is ook zwaar verwikkeld in liquidaties op het Arabische en internationale front, ten dienste van contrarevolutionaire krachten. Israel was direct en indirect betrokken bij de liquidatie van leiders en leden van de FLN in Algerije, na bepaalde vormen van samenwerking met Franse officieren ter plaatse te zijn aangegaan, speciaal in Algiers. Ook participeerde Israel in de liquidatie in 1967 van de befaamde Marokkaanse revolutionair Mehdi Ben-Barka, met de zegen van het toenmalige hoofd van de MOSSAD [buitenlandse inlichtingendienst], Meir Amit.

Ook in Latijns-Amerika hebben Israel of Israelische huurlingen, soms in nauwe samenwerking met het Israelische Ministerie van Defensie of de MOSSAD, hand- en spandiensten verleend aan de meest dictatoriale en bloedige regimes, die resulteerden in de liquidatie van revolutionair kader. Recente voorbeelden in dit opzicht zijn Israels deelname aan de kidnapping van de leider van de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK), Abdullah ÷calan, en de liquidatie van de Tsjetsjeense leider, generaal Dzhokhar Dudayev.

Israel liquideerde nooit enig individu noch claimde het daarvoor de verantwoordelijkheid, alvorens het slachtoffer via de politiek en de media als terrorist en moordenaar te hebben neergezet. Bovendien, zowel om zich van de sympathie van de westerse publieke opinie te verzekeren en tegelijkertijd een boodschap af te geven, rechtvaardigt Israel zijn acties onder slogans als: 'We kunnen nooit meer toestaan dat joods bloed wordt vergoten' - retoriek die er in het Westen goed ingaat, tegen de achtergrond van de genocide op joden onder de nazi's.

Alle liquidaties die in Europa gedurende de jaren zeventig plaatsvonden, werden met publiciteitscampagnes omgeven, die naar Israels slachtoffers verwezen als zijnde betrokken bij de Palestijnse operatie tijdens de Olympische Spelen in MŁnchen september 1972, die internationaal breed werd veroordeeld. (Zo'n 20 personen zijn nadien geliquideerd, onder het voorwendsel dat zij het brein achter deze operatie hadden gevormd, terwijl in werkelijkheid slechts ťťn van hen bij de planning van de operatie betrokken was.) Zo kwam men ten behoeve van de liquidatie van Abu-Jihad [april 1988] in Tunis - de tweede man in FATAH - aanzetten met het verhaal dat hij te maken had met een aanval op Israels nucleaire reactor in Dimona. In het geval van [de schrijver en PFLP-woordvoerder] Ghassan Kanafani [geliquideerd in juli 1972 in Beiroet; red.] publiceerde Israel van te voren beelden van Kanafani waarop te zien was hoe hij vriendelijk kennis maakte met leden van het Japanse Rode Leger die de aanslag op burgers op de luchthaven van Lydda uitvoerden. (In werkelijkheid was het een foto en profil van iemand die leek op Kanafani).


militaire premiers

Israels liquidatiepolitiek komt voornamelijk voort uit een afglijden naar machtswellust en uit het fenomeen dat Israel niet langer in staat is 'zichzelf tegen zichzelf' te beschermen. Na het vertrek van [Likoed-]premier Menachem Begin in 1983, traden er achtereenvolgens vijf premiers aan, die allen afkomstig waren uit de strijdkrachten en zich gedurende hun carriŤre hadden gespecialiseerd in 'de kunst van het doden'. Met uitzondering van Yitzhak Rabin die in het geregelde leger diende (dat zich in het algemeen bij oorlogvoereing aan regels houdt) hadden de overige Israelische premiers grotendeels bij Speciale Eenheden carriŤre gemaakt. Daar heerste het 'doden-zonder-denken'-instinct. Het is een lange lijst. De huidige premier Ariel Sharon was de man die de elite Eenheid 101 creŽerde, welke de taak had om Palestijnse vluchtelingen neer te schieten die in de jaren vijftig probeerden terug te keren naar hun huizen en hun grond in de buurt van de Groene Lijn. En laten we ook niet vergeten dat hij het brein was achter de slachting in Sabra en Shatila in 1982.

Wat Ehoed Barak [Arbeidspartij] betreft, hij was lid en vervolgens commandant van de Sayeret Matkal (het generale Staf Peleton) waarvan de belangrijkste taak in de jaren zeventig het doden van Palestijnse leiders was. Gedurende zijn bewind als hoofd van de Centrale Regio, kort voor het uitbreken van de Eerste Intifada [1987], en sinds 1992 als staf-chef, was Barak persoonlijk verantwoordelijk voor de activiteiten van de Mista'ravim-eenheden die, zoals gezegd, tijdens de Eerste Intifada een toenemend aantal liquidaties uitvoerden. Barak doodde eigenhandig de Palestijnse dichter Kamal Nasser in zijn huis in Beiroet in de wijk Fardan.

Benyamin Netanyahoe [Likoed] was in de tijd van Barak lid van de Sayeret Matkal. Speciale aandacht verdient Yitzhak Shamir, die als commandant aan de top stond van de terroristenorganisatie Lehi [welke niet de zegen had van de officiŽle zionistische leiders van vůůr de stichting van de staat Israel] en die gezocht werd op beschuldiging van moord op een aantal Britse soldaten gedurende de periode van het Britse mandaat over Palestina [1920-1948]. Shamir nam ook deel aan de planning van de liquidatie van de Speciale VN-gezant, Graaf Folke Bernadotte. Dankzij zijn 'uitstekende staat van dienst' [en ondanks zijn deelname aan een oppositie-organisatie] werd Shamir na de stichting van de staat Israel in 1948 ingedeeld bij de Speciale Eenheden-Sectie van de MOSSAD. 

We ontkomen niet aan de conclusie dat de standaard-cv die tegenwoordig nodig is om premier te worden in Israel regelrecht te maken heeft met de mate waarin de kandidaat uit de eerste hand ervaring heeft met het doden van mensen.


doel politieke liquidaties

Israels beleid van politieke liquidatie beantwoordt aan de volgende doeleinden:

Vergelding, met name het bestraffen van individuen die betrokken zouden zijn geweest bij ernstige en gewelddadige acties tegen Israelische soldaten, kolonisten en burgers of tegen zionistische instellingen en organisaties buiten Israel. De opeenvolgende Israelische regeringen hanteren deze redenering als primaire verdediging en proberen de liquidatie te omschrijven als 'het toemeten van rechtvaardigheid', hetgeen op andere wijze niet mogelijk is. 

Preventie of verstoring van voorgenomen politieke of sociale veranderingen waar het doelwit bij betrokken zou zijn, of invloed zou hebben op het bedenken, plannen of uitvoeren van dergelijke veranderingen. 

Publiciteit en tactieken van intimidatie: Israel wil naar alle kanten de boodschap van haar 'lange arm' uitdragen; dat het land in staat is zijn vijanden te vinden en te treffen waar ze ook zitten, waarbij - in het bijzonder richting zijn bondgenoten - Israels 'geduchte' capaciteiten en macht wordt gedemonstreerd. 

Waarschuwing: het overbrengen van een boodschap van afschrikking aan al diegenen die zouden kunnen overwegen de Israelische oogmerken in de weg te gaan staan.

Beroving van de Palestijnse organisaties van hun eminente leiders, om zo te bewerkstelligen dat minder competente individuen hun plaats innemen. Deze tactiek heeft groot succes geboekt ten aanzien van diverse Palestijnse organisaties (Abu-Jihad voor FATAH, Ghassan Kanafani voor de FPLP, Yahya Ayyash voor HAMAS, Khalil Shiqaqi voor de Islamitische Jihad).

Directe provocatie met het doel Palestijnen ertoe te brengen operaties tegen Israeli's te ondernemen, in de hoop zich daarmee een voorwendsel te verschaffen tot een grootscheepse Israelische militaire aanval. De huidige Intifada heeft dit nieuwe doel van de liquidatie-politiek gedemonstreerd. Het in koelen bloede doden van vijf Palestijnse veiligheidsfunctionarissen bij een check-point in Beitunia op 14 mei, terwijl ze sliepen of aten en de aanval op het media-centrum van HAMAS in Nabloes, eind juli, (het doden van twee hooggeplaatste politieke leiders van HAMAS, naast zes anderen onder wie twee kinderen) zijn maar twee voorbeelden uit vele andere.


methoden

Door de jaren heen heeft Israel tal van liquidatie-technieken toegepast: van complete aanvallen op huizen van gezochte personen zoals in het geval van de eerdergenoemde Abu-Jihad in Tunis, tot meer subtiele middelen zoals exploderende telefoons, publieke telefoons (Islamitische Jihad activist Ayad Hardan in mei 2001), privť-telefoons (Mahmoud Hamshari in 1972, de eerste semi-officiŽle vertegenwoordiger van de PLO in Frankrijk), dan wel mobiele telefoons (Yahya Ayyash van HAMAS in januari 1996); maar ook autobommen (als in het geval van de militaire leider van HAMAS, Ibrahim Beni-Odeh in Nabloes in december 2000), en het plaatsen van bommen in de huizen van gezochte activisten, of in hotelkamers (als in geval van Majid Abu-Sharar, lid van het Centraal Comitť van FATAH, in Rome in 1981).

De huidige Intifada heeft veel van de in het verleden gebruikte liquidatietechnieken laten zien, maar ook nieuwe methoden in verband met twee belangrijke Israelische doelstellingen:

1) Van meet af aan heeft Israel de Intifada consequent willen presenteren als een oorlogssituatie. Zo kon de Intifada getransformeerd worden in een totale confrontatie, die de vorming van een brede consensus in Israel mogelijk maakt. Op zijn beurt maakt deze consensus de inzet van machtsmiddelen ter onderdrukking mogelijk - waaronder machtsmiddelen die nooit eerder tegen de Palestijnse burgerbevolking zijn gebruikt.

2) Gebruikmaking van de ruimtelijke situatie, zoals die in het bijzonder gedurende de Oslo-jaren is gecreŽerd, die het liquideren van personen eenvoudiger maakt. Daarbij moet vooral gedacht worden aan de volledige versnippering van het grondgebied tussen Palestijnse steden, dorpen en vluchtelingenkampen, in combinatie met de aanwezigheid van Israelische troepen aan de randen van Palestijnse bevolkingsconcentraties en op de wegen. Daar komt dan nog het belangrijke netwerk van collaborateurs bij en een bevolking die eenvoudig in de gaten gehouden kan worden, dankzij de technologische voorsprong waarover Israel beschikt.

Daarbij heeft Israel met succes de in de Verenigde Staten gemaakte Apache en Cobra gevechtshelicopters ingezet. Met behulp daarvan kunnen raketten afgevuurd worden die met uiterste precisie hun doel bereiken, of het nu gaat om de woonhuizen van activisten of hun auto's. De gevechtshelicopters kunnen met hoge snelheid vliegen, zijn goed wendbaar en kunnen bij alle weersomstandigheden worden ingezet. Bovendien zijn ze voorzien van nachtzichtapparatuur. De navigator kan met behulp van laser en elektronische apparatuur een afgevuurde raket bijsturen. In de huidige Intifada werd voor het eerst van dit liquidatie-middel gebruik gemaakt in het geval van de liquidatie op 9 november 2000 van het hoofd van de Tanzim in Bethlehem, Husein Ubeiyat.

Een andere 'innovatie' die uit de huidige Intifada dateert, is het sterk toegenomen gebruik van sluipschutters. Dat gebeurt na zorgvuldige observatie van het slachtoffer, gewoonlijk vanuit een vaste positie, een nederzetting dan wel een militaire installatie, die meestal hoger gelegen is of zich aan de rand bevindt van Palestijnse bevolkingscentra. Er wordt tot op een afstand van 800 meter geschoten. In vijf van de zes gevallen is het schot dodelijk. Op deze wijze werd dr Thabet Thabet op 31 december 2000 in Tulkarem geliquideerd, de eerste politieke leider die gedurende de huidige Intifada is omgebracht. Hij was bestuurslid van de Rode Halve Maan en Algemeen Secretaris van FATAH in Tulkarem.


in het kort

De Israelische liquidatiepolitiek is een schending van het recht op leven, het meest fundamentele van alle mensenrechten, zoals vastgelegd in religieuze, internationale en ook Israelische wetten. Het Israelische leger speelt hier de rol van informant, advocaat, rechter en beul. Het besluit om een persoon te doden wordt uitgevoerd, zonder dat er enige wettelijke procedure is gevolgd. Yael Stein van de Israelische mensenrechtenorganisatie B'Tselem stelt het zo: 'De problemen zijn legio, vanaf het moment dat het besluit is genomen tot en met het laatste stadium van het proces Ė problemen, die iedere wettelijke rechtvaardiging die Israel zou kunnen aandragen, irrelevant maken.'

Sharon gebruikt de liquidatiepolitiek momenteel als provocatie, om welk politiek programma dan ook, dat tot een compromis met de Palestijnen zou kunnen leiden - zoals het Mitchell Rapport en de Thenet Overeenkomst [sic] - te saboteren. Israel deinst bovendien thans minder terug voor het maken van burgerslachtoffers. Zo werden voor het eerst aanvallen uitgevoerd op kantoren en woonhuizen van de beoogde doelwitten, een verhoogd risico met het oog op burgerslachtoffers.

Liquidatie als buitengerechtelijke executie is historisch en institutioneel diep in Israels politieke cultuur en ideologie geworteld. Het openlijk ontmenselijken van Palestijnen - waaraan ook de zionistische leiders van de Arbeidspartij meedoen - kwam duidelijk naar voren in een recente uitspraak van Avraham Burg, de voorzitter van de Knesset en kandidaat voor het voorzitterschap van de Arbeidspartij, gedaan in het bekende Amerikaanse televisieprogramma Nightline. Presentator Chris Bury vroeg Burg hoe het kan zijn dat 'Israel zich erop beroemt een democratische natie te zijn, die gebaseerd is op recht en regel, maar tevens een liquidatiepolitiek voert waarbij de strijdkrachten de rol vertolken van jury, rechter en beul?' Het antwoord van Burg luidde: 'Ongetwijfeld heeft in de westerse wereld en binnen het systeem van westerse waarden waarin wij leven een lam in het algemeen een goede kans om niet door een wolf te worden gebeten. In het Midden-Oosten ligt dat wat anders. Helaas is de relatie tussen ons en de Palestijnen niet bepaald hetzelfde als die tussen de Verenigde Staten en Canada. Weet u waarom? Niet omdat wij geen Amerikanen zijn en zij misschien geen Canadezen. Wij leven in een andere hemisfeer van islamitisch fundamentalisme, van zelfmoordenaars, suÔcidale personen, moordenaars, kidnappers, mensen met wie je niet wilt dat je dochter trouwt. Vraag mij niet aan mijn onmenselijke buurman te hoeven uitleggen hoe de ScandinaviŽrs de Zweden behandelen.'

Het is precies de ontmenselijking [die naar voren komt in dit vijandbeeld] die de drijvende kracht vormde achter de vele slachtpartijen die de zionistische beweging in 1948 beging, hetgeen uitmondde in de etnische zuivering van Palestina.


noot

1 Hun namen kunnen op verzoek worden verstrekt. Wellicht het meest trieste geval is dat van een Palestijnse jongen die door under-cover agenten werd gedood terwijl hij in oktober 1991, aan de vooravond van de Conferentie van Madrid, de tekst 'Ja tegen de vrede' op een muur schreef.



uit: Between the Lines (West-Jeruzalem) van augustus 2001

Saleh Abdel-Jawad is hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Bir Zeit Universiteit (Westelijke Jordaanoever).

vertaling: Kees Wagtendonk


zie ook: 'Israel beschuldigd van een liquidatiepolitiek' (Suzanne Goldenberg) en 'Tien doelwitten van de Israelische liquidatiepolitiek' (Palestinian Human Rights Group), beide afgedrukt in Soemoed, jaargang 29 nummer 1, februari 2001, pp. 15-18. 

 

Verschenen in Soemoed, jaargang 29, nummer 5, pp. 14-18